Benodigd A Doordacht beleid

In 2021 treedt de Omgevingswet in werking en regelt de gemeente het stedelijk waterbeheer in de omgevingsvisie en het omgevingsplan. De gemeente kan kiezen om een gemeentelijk rioleringsprogramma vast te stellen in plaat van het nu nog verplichte Gemeentelijk rioleringsplan (GRP).

De rol van de raad
Het is belangrijk dat er in de overgangsperiode geen gaten vallen in beleid en regelgeving. De gemeenteraad zorgt voor kaders voor en controle van goede uitvoering van de gemeentelijke watertaken.

Van GRP naar omgevingsplan
Het stedelijk waterbeheer is gebaat bij een goede eigen planvorming en een goede plek in het omgevingsbeleid. De gemeente heeft wettelijke zorgplichten voor regen-, afval- en grondwater. De zorgplichten geven een kader voor de taakverdeling tussen de gemeente en de particuliere eigenaren van gebouwen en percelen.

Elke gemeente is volgens de wet Milieubeheer verplicht om een rioleringsplan (GRP) op te stellen. Met de invoering van de Omgevingswet in 2021 vervalt deze verplichting. De drie zorgplichten voor afvalwater, regenwater en grondwater blijven echter van kracht.  Omdat het verplichte rioleringsplan vervalt, moeten gemeenten andere middelen inzetten voor een goede beleidsmatige inbedding. Voor een goed beheer blijft het noodzakelijk:

  • te definiëren hoe de drie zorgplichten worden ingevuld
  • vast te leggen welke voorzieningen er zijn en in welke staat zij verkeren
  • planmatig onderhoud en vernieuwing uit te voeren
  • de rioolheffing te onderbouwen met kosten, investeringen en financieringswijzen
  • regels vast te leggen
  • beleidsafspraken te maken met het waterschap

In de komende jaren gaat elke gemeente doelen beschrijven in de omgevingsvisie. Maatregelen krijgen dan hun plek in het omgevingsprogramma en regels krijgen een plek in het omgevingsplan. Om dat goed te doen wordt het GRP ontrafeld en ingebed in de integrale planvormen die in het kader van de Omgevingswet worden vastgesteld.
U leest meer over hoe de lozingsregels een plek krijgen in het omgevingsplan en over de overgangssituatie tot 2029 in het omgevingswetportaal.

De gemeenteraad stelt met de planvormen (omgevingsvisie, -programma en -plan) haar ambitieniveau, regels en de werkwijze van de gemeente vast, evenals hoe zij deze tegen de laagste maatschappelijke kosten kan realiseren. Bij voorkeur trekt uw gemeente bij het vormgeven van de plannen op het gebied van stedelijk waterbeheer samen op met de gemeenten in uw regio en met het waterschap.

Keuzes in beleid
De riolering lijkt een technische zaak. Toch zijn er voor u als raad een aantal beleidskeuzes te maken, die van invloed kunnen zijn op de uitvoering van de taak en de hoogte van de rioolheffing:

  • de mate van risico op waterschade
  • omgaan met grondwater
  • wat doet de gemeente en wat doet de particulier

Water in ruimtelijke plannen
Goede ruimtelijke eisen en bouwregels in het omgevingsplan voorkomen onnodige kosten en problemen, zoals waterschade, verstopping en onbeheerbare situaties. Bij nieuwbouw en renovatie worden gebouwen en de infrastructuur immers voor lange tijd aangelegd. Voor een goede invulling van de drie zorgplichten voor afvalwater, regenwater en grondwater kunt u als waterbeheerders eisen opnemen in het omgevingsplan. Basisprincipes voor water in ruimtelijke plannen zijn onder andere:

  • Voldoende ruimte waar regenwater kan worden geborgen zonder schade
  • Een structuur die zorgt dat regenwater daar ook komt vanuit het hele gebied
  • Gebouwen en kwetsbare functies, zoals regelstations van nutsvoorzieningen en hoofdontsluitingsroutes, op een veilige hoogte leggen

Deze aandachtspunten spreken voor zich, maar ze staan tijdens ruimtelijke planvorming vaak onder druk van andere belangen. Dit zijn meestal belangen die op kortere termijn voordelen hebben, maar op langere termijn hoge beheerkosten of waterschade opleveren.

Bij ruimtelijke plannen wordt de watertoets doorlopen tijdens de planvorming. Hierbij leveren de waterbeheerders richtlijnen. De ontwikkelaar moet deze richtlijnen opvolgen of motiveren waarom hij ervan afwijkt.

Beheer van de (openbare) ruimte
De riolering vervangen is kostbaar en ingrijpend. De rioleringsbeheerder moet dus over lange perioden plannen. Een goede afstemming met andere werkzaamheden in de openbare ruimte, zoals werkzaamheden aan de weg, is cruciaal. Voor de samenleving is het vooral belangrijk dat alles zonder (veel) gedoe en tegen acceptabele kosten goed blijft werken.

Riolering, groen en wegen vormen in het stedelijk waterbeheer een samenhangend geheel. Onder de weg is ruimte voor de buizen, het riool houdt de weg droog en de weg en het groen kunnen de rioolbuizen ontlasten. Maatregelen aan wegen, groen en riolen moeten organisatorisch en financieel goed worden afgestemd in het omgevingsprogramma. Het gelijktijdig uitvoeren van weg- en rioolvernieuwing bespaart veel kosten.

Een riool gaat langer mee dan het wegdek. Vaak zijn er ook ontwikkelingen waardoor de inrichting van de openbare ruimte (straatprofiel, parkeerplekken en groen) op de schop gaat voordat het riool vervangen moet worden. Bij rioolvervanging beslaat het opbreken en herstraten 30 tot 60% van de totale vernieuwingskosten.

<  |  >