Doel 2 Geen schade

Grote hoeveelheden regen- en grondwater kunnen schade veroorzaken. Met de klimaatverandering neemt de hoeveelheid neerslag toe, waardoor er vaker en meer schade ontstaat. Tenzij de (openbare) ruimte anders wordt ingericht.
Ook bij een tekort aan water kunnen problemen ontstaan.

De rol van de raad
Elke gemeente bepaalt zelf wat zij acceptabel vindt en wat niet. In afstemming met bewoners, bedrijven en waterschap neemt de gemeente maatregelen om schade wegens te veel of te weinig water te voorkomen.

Meer regen
In Nederland regent het 7% van de tijd. Alleen bij een hoosbui verdwijnt niet al het water direct in het riool. Dan moet het water dus even op straat en in het groen wachten tot het afgevoerd kan worden. Op dit moment vinden we buien waarbij in een uur 40 liter per vierkante meter (40 mm) valt fors. Buien van meer dan 60 mm binnen één uur komen nu al, dus zonder verdere klimaatverandering, vaker dan 70 keer per jaar in Nederland voor. De klimaatverandering zet door. Meer hitte, meer droogte en ook meer regen. We moeten voor de toekomst rekening houden met hoosbuien van 90 mm per uur of meer. Tegelijkertijd neemt de omvang van het stedelijke gebied toe. Ook is het aandeel asfalt, klinkers, tegels en daken in de wijken steeds groter, waardoor er minder regen terecht komt in de bodem.
Brochure: Miezeren of plenzen, voor elke bui de juiste aanpak
Publieksbrochure: Het regent, het regent…

Bovengronds oplossen
Het riool heeft dankzij de riooloverstorten (de nooduitlaten van de riolering naar vijvers, sloten en grachten) een enorme afvoercapaciteit. Als het heel hard regent, de rioolbuizen vol zijn en de riooloverstorten al in werking zijn, is de maximumcapaciteit van de riolering bereikt. Dan vangen tuinen, straten en groenstroken regenwater zolang op. Zonder dat het schade veroorzaakt aan huizen of bedrijven. Bij het tegengaan van schade door water hoort het besef dat je dit niet met riolering alleen oplost. Af en toe water op straat accepteren is een deel van de oplossing.

Het water staat als het ware in de file. Voor het opvangen van extreme neerslagpieken zijn bovengrondse voorzieningen financieel aantrekkelijker dan uitbreiding van het ondergrondse rioolsysteem. Er is namelijk heel veel inhoud nodig om de piekbuien te bergen, terwijl deze berging maar af en toe (een paar keer per jaar) aangesproken wordt.  Voorbeelden van bovengrondse voorzieningen voor berging en afvoer van regenwater zijn wadi’s (verlaagde groenzones), laaggelegen bermen, verdiepte wegen of straten met stoepranden. Ook al is hun primaire functie verkeer, groen of natuur, ze zijn functioneel verbonden aan de ondergrondse voorzieningen.

Vanaf 2021 kunnen alle gemeenten de aanpak van regenwateroverlast vastleggen in een programma. Als gemeenteraad kunt u vooraf kaders stellen. Uiteindelijk stelt de raad het programma vast.

Wateroverlast tijdens hoosbuien
Zonder maatregelen zal wateroverlast toenemen, zoals ondergelopen straten en kelders. Het is hinderlijk als regenwater op straat blijft staan, ook al is het maar voor even. Het zou echter ontzettend veel geld kosten als we niet af en toe hinder accepteren. Schade willen we zoveel mogelijk voorkomen:

  • regenwater dat (vanaf de straat) in gebouwen loopt (materiële schade)
  • afvalwater dat uit de riolering op straat stroomt (gezondheidsrisico)
  • putdeksels die losraken (veiligheidsrisico)
  • water op straat waardoor belangrijke verkeersaders worden geblokkeerd (belemmering voor hulpdiensten en economische schade)

Bekijk de video ‘Water op straat’

Voorkomen waterschade
Nieuw te ontwikkelen en her in te richten gebieden kunnen zeer waterrobuust worden aangelegd als dit in het ontwerp wordt meegenomen:

  • Voldoende ruimte waar regenwater kan worden geborgen zonder schade
  • Een structuur die zorgt dat regenwater daar ook komt vanuit het hele gebied
  • Gebouwen en kwetsbare functies, zoals regelstations van nutsvoorzieningen en hoofdontsluitingsroutes, op een veilige hoogte leggen

In het omgevingsbeleid bepaalt de gemeente hiervoor geschikte kaders.

Met voldoende en planmatig onderhoud is veel van de hinder bij kleinere buien, als gevolg van verstopte straatkolken, verzakkingen of verstoppingen in het riool, te voorkomen.
Visiedocument: Klimaatverandering, hevige buien en riolering
Publicatie: Ervaringen met de aanpak van regenwateroverlast in bebouwd gebied

Uitvoeren stresstest
Een stresstest geeft inzicht in de effecten van hevige regen in een wijk of straat. In de stresstest wordt met een computermodel gesimuleerd wat er gebeurt als er een bui op een gebied valt, bijvoorbeeld een bui die maar eens in de 100 of 1000 jaar voorkomt. Deze test kijkt naar het functioneren van de riolering en het watersysteem in combinatie met het functioneren van de bovengrondse inrichting. Blijft het water netjes verdeeld staan tussen de stoepranden of is er een lager punt waar het water naartoe stroomt? Welke tuinen lopen onder en welke kelders? Met alle betrokkenen in het gebied worden de effecten van deze stresstest besproken (in jargon heet dit de risicodialoog). Gezamenlijk bepalen ze welke effecten ongewenst zijn, en wie welke maatregelen neemt.

Watertekort
Vanwege de klimaatverandering, zijn er in de toekomst ook langere perioden van droogte. Daardoor kan de grondwaterstand dalen en kan schade ontstaan aan funderingen van gebouwen. Bovendien is droogte een van de oorzaken van bodemdaling en verzilting. Bomen in de woonkernen hebben regelmatig standplaatsen waar niet altijd voldoende water beschikbaar is. Bij toenemende droogte hebben bomen beperktere overlevingskansen. Daarnaast verslechtert de waterkwaliteit in vijvers, sloten en grachten, omdat er bij droogte beperkte waterdiepte, verversing en stroming is.

Grondwaterhinder en -schade
Voor landbouw en voor groen in groenzones en tuinen is grondwater nodig. Elk gewas stelt eisen aan de samenstelling en de diepte van het grondwater. Voor gebouwen en wegen is een lagere grondwaterstand nodig. Als grondwater daar lange tijd te hoog staat, kan dit leiden tot schade. Bijvoorbeeld gezondheidsklachten door schimmels en huisstofmijten, een rottende houten vloer, natte kelders of een verzakte weg. Er kan teveel grondwater zijn, zonder dat er schade ontstaat. We spreken dan van hinder, bijvoorbeeld bij een tijdelijk drassige tuin of natte kruipruimte.

Bij grondwaterschade hebben de betrokken partijen ieder eigen verantwoordelijkheden.

  • De eigenaar van een perceel is verantwoordelijk voor de goede staat van zijn eigendom. Hij zorgt voor bouwkundige of waterhuishoudkundige voorzieningen op het eigen terrein en voor de eigen woning (zoals vochtdichte vloer). Het eigendomsrecht en de bouwregelgeving zijn hiervoor de juridische basis. Vanaf 2021 wordt dat het omgevingsplan van uw gemeente.
  • De gemeente is het aanspreekpunt voor de burger en heeft wettelijk een zorgplicht die in essentie inhoudt dat de gemeente klachten onderzoekt en als de gemeentelijke inzet doelmatig is, meehelpt de grondwaterproblemen aan te pakken.

Sommige gemeenten brengen proactief potentiële overlastgebieden in kaart om eigenaren en bewoners te informeren.

Themapagina over grondwateroverlast van Kenniscentrum InfoMil

Schade door te lage grondwaterstand
Een lage grondwaterstand kan tot schade aan de fundering leiden als bij de bouw is gerekend op een hoge grondwaterstand. Net als bij schade door een te hoge grondwaterstand geldt dat de eigenaar van het gebouw verantwoordelijk is. De gemeente is aansprakelijk, als de gemeente door een ingreep te doen of juist het nalaten daarvan de schade heeft veroorzaakt. Sommige gemeenten stimuleren eigenaren de problemen aan te pakken door hen hulp, advies of een goedkope lening aan te bieden. Voor afstemming van de aanpak hebben verschillende gemeenten en organisaties zich verenigd in het Platform Slappe Bodem. KCAF (Kennis Centrum Aanpak Funderingsproblematiek) verzorgt inhoudelijke informatie.
Website van het Kennis Centrum Aanpak Funderingsproblematiek
Website van het Platform Slappe Bodem

<  |  >