Doel 3 De leefomgeving beschermen

We zien vijvers, sloten en grachten tegenwoordig gelukkig niet meer als dumpplaats voor afval. Schoon regenwater wordt steeds meer zichtbaar afgevoerd. Hoe ver gaan we hiermee?

De rol van de raad
De gemeenteraad stelt vast welke waterkwaliteit voor oppervlaktewater in uw gemeente wenselijk is. Ook bepaalt u de kaders voor inzameling van regenwater.

99,9% van het afvalwater wordt gezuiverd
Afvalwater met daarin ontlasting is ziekteverwekkend en te vuil om direct te lozen op oppervlaktewater. Het gaat daarom via de riolering en de rioolwaterzuivering. Het grootste deel van dit afvalwater bestaat uit was- en douchewater en productiewater van bedrijven. Dit is een relatief kleine, constante stroom. Het is belangrijk dat voorzieningen die afvalwater afvoeren afgesloten zijn. Met buizen onder de grond wordt contact met ziekteverwekkers door mensen, dieren en ons milieu voorkomen. 99,5% van alle gebouwen heeft een rioolaansluiting die aangesloten is op een rioolwaterzuivering en 0,4% heeft een individuele zuivering.

Overstorten: nooduitlaten van het riool
Soms raken rioolstelsels tijdens hoosbuien overbelast. Dan lopen ze over. Om geen schade in gebouwen te krijgen, zijn er nooduitlaten; de riooloverstorten. Het nadeel is dat met het geloosde overtollige water ook verontreinigingen in vijvers, sloten en grachten terechtkomen. Daarom hebben gemeenten in de loop van de jaren overstorten van de gemengde riolering (afval- en regenwater door één buis) weggehaald of voorzien van grote bakken waarin vuil bezinkt. Maar de overstorten kunnen niet zomaar worden verwijderd, want dan ontstaat waterschade bij hoosbuien. De gemeente moet het juiste evenwicht vinden tussen schade door regenwater, milieubescherming en kosten. Om geschikt te zijn voor het ontvangen van overstortwater, moet het ontvangende oppervlaktewater voldoende groot zijn, doorstroming hebben en vrij zijn van functies die niet samen gaan met de overstort. Zo is zwemmen bij een overstort ongewenst.

Regenwater apart
Bij nieuwbouwwijken houdt men regenwater en afvalwater tegenwoordig apart. Het regenwater gaat dan in een aparte buis, of het wordt zichtbaar afgevoerd. Het regenwater stroomt dan bijvoorbeeld door gootjes langs de weg naar een verlaagd grasveld waar het in de bodem kan zakken (infiltreren). De redenen hiervoor zijn:

  • Relatief schoon regenwater wordt niet met besmet afvalwater vermengd. Dit vermindert de hoeveelheid te zuiveren water aanzienlijk.
  • Hevige buien kunnen zo goed worden verwerkt.
  • Planten en bomen hebben beschikking tot regenwater.
  • De rioolwaterzuivering zuivert geconcentreerd afvalwater goedkoper dan met regenwater verdund afvalwater.

Afkoppelen
In wijken waar regenwater en afvalwater van oudsher in dezelfde buis worden afgevoerd, hebben gemeenten later vaak alsnog de afvoer gescheiden. Het regenwater is daarmee ‘afgekoppeld’. Hierdoor komt er minder regenwater bij de zuivering en komt er minder vuil water uit het riool via overstorten. Het scheiden van regen- en afvalwater door afkoppelen leidt echter niet altijd tot een betere kwaliteit van het oppervlaktewater. Dat komt omdat regenwater dat op straat vuil meeneemt, zoals honden- en vogelpoep en olie en slijtagedeeltjes van auto’s. Ook zijn er soms verkeerde aansluitingen, bijvoorbeeld als een wasmachine is aangesloten op het regenwaterriool in plaats van afvalwaterriool. Afkoppelen in bestaande wijken is kostbaar, wat een goede afweging van voor- en nadelen noodzakelijk maakt.

Onderhoud
De beheerders van het stedelijk water en de riolering in uw gemeente zorgen met inspecties, reiniging en plaatselijk herstel dat de riolering lang meegaat en goed functioneert. Zo worden verzakkingen voorkomen en wordt voorkomen dat afvalwater onnodig overstort. De levensduurverwachting van een rioolbuis onder de weg kan uiteenlopen van 40 tot wel 100 jaar. Dit komt door verschil in kwaliteit van gebruikte materialen, kwaliteit van aanleg en verzakking van de bodem. De gemiddelde levensduurverwachting is, mede door betere reparatietechnieken, gestegen naar 64 jaar. De gemiddelde leeftijd van de riolering in Nederland is ongeveer 30 jaar.

Publicatie: Het nut van stedelijk waterbeheer – Landelijk onderzoek over de gemeentelijke inspanningen.

<  |  >